DE COLLECTIEVE ACTIE

In september 2011 heeft de SCAU acht universiteiten gedagvaard vanwege hun tarieven voor tweede studies. Deze universiteiten hebben namelijk niet aangetoond dat deze tarieven in verhouding staan tot de reële kosten van deze studies.

In abstracto gaat deze zaak om vier belangen:

• De toegankelijkheid van het hoger onderwijs;
• De mogelijkheid van een multidisciplinaire studie;
• Een verantwoordbare besteding van publieke middelen en kostentransparantie;
• Transparant bestuur van publieke onderwijsinstellingen en instellingen op een bijzondere grondslag.

Deze belangen zijn ook verwoord in onze statuten.

De gedaagde universiteiten zijn:

• Universiteit Utrecht;
• de Universiteit van Amsterdam;
• de Vrije Universiteit van Amsterdam;
• de Radboud Universiteit;
• Maastricht University;
• Tilburg University;
• de Rijksuniversiteit Groningen;
• Universiteit Leiden.

De universiteiten betwisten dat zij verplicht zijn aan te tonen waar de tarieven voor tweede studies op gebaseerd zijn. Hieronder en in “het dossier” kunt u lezen over de achtergrond van de dagvaarding en het standpunt van de universiteiten.

In het najaar van 2013 zal de zitting van het hoger beroep plaatsvinden, waarna de rechtbank uitspraak zal doen.

WIE ZIJN ER BIJ BETROKKEN?

1. De actie is op touw gezet door de Stichting Collectieve Actie Universiteiten (SCAU). De SCAU wordt bijgestaan door dhr. Mr. M. Kalkwiek, partner bij Berculo Advocaten, gevestigd te Utrecht.

2. De actie wordt gesteund door ASVA Studentenunie, pakketservice DPD, USF Studentenbelangen Utrecht, de Centrale Studenraad van de Universiteit van Amsterdam, de Facultaire Studentenraad Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam en Advocatenkantoor Binnenstad.

DE ACHTERGROND

1. Universiteiten hebben middels de Wet versterking besturing (Wijziging WHW januari 2010) de mogelijkheid gekregen instellingscollegegeld te heffen voor studenten die een tweede opleiding willen volgen. De overheid acht zich wat betreft tweede opleidingen niet langer gehouden de toegankelijkheid daarvan te waarborgen.

2. Met het toekennen van de bevoegdheid tot het heffen van instellingscollegegeld heeft de wetgever beoogd universiteiten de gelegenheid te geven hun verlies in rijksbijdragen te compenseren. Het is aan de universiteiten om de hoogte van het tarief voor een tweede opleiding gemotiveerd te bepalen.

3. Vrijwel alle universiteiten hebben het instellingscollegeld vastgesteld op een tarief dat een veelvoud is van het wettelijke collegegeld van € 1.713,- en naar het zich laat aanzien eveneens het gemis in rijksbijdrage. Uitschieters zijn Leiden en Utrecht met bedragen van € 14.000,- en meer voor alfa/gamma studies.

WAAR DRAAIT HET OM?

De SCAU vordert dat de hoogte van het instellingsgeld voor opleidingen in het alfa/gamma cluster in adequaat verband met de volgende factoren moet worden gebracht:

• De kwaliteit van het aangeboden onderwijs;
• De kostprijs van het aangeboden onderwijs.

Hiertoe heeft de stichting aan de verschillende Colleges van Bestuur een brief gestuurd waarin kort samengevat om het volgende verzocht wordt:

• Onderbouwing en motivering van het besluit het instellingscollegegeld op een bepaald bedrag vast te stellen (bijvoorbeeld: Waarom € 14.000,- en niet € 10.000,- ?).
• Openheid van zaken met betrekking tot het deel van het totaalbudget dat besteed wordt aan onderwijsinspanningen en de implicaties daarvan voor de bepalingen van de hoogte van het instellingscollegegeld.
• Openheid van zaken met betrekking tot gehanteerde kwaliteitsstandaarden, de toetsing op de naleving daarvan en de implicaties van deze standaarden voor de hoogte van het instellingscollegegeld.
• Openheid van zaken met betrekking tot de wijze waarop onderwijsinstellingen omgaan met het gegeven dat de bijdrage van overheidswege differentieert naar opleiding en de bestemming van het geld: onderwijs of onderzoek.

Gebaseerd op de informatie die uit het verzoek verkregen is heeft de SCAU besloten de universiteiten te dagvaarden. Onder andere de volgende vragen zijn aan de civiele rechter voorgelegd:

• Of onderwijsinstellingen misbruik maken van hun bevoegdheid instellingscollegegelden te heffen aangezien de hoogte ervan de gemiste rijksbijdragen overstijgt en niet in verhouding staat met de integrale kostprijs en de kwaliteit. Het verbod om een bevoegdheid te gebruiken in strijd met het doel waartoe zij is afgegeven volgt uit artikel 3:13 BW.
• Of onderwijsinstellingen misbruik maken van hun machtspositie met betrekking tot het aanbieden van opleidingen in het alfa/gamma cluster in Nederland door het opleggen van verkooptarieven die niet in adequaat verband staan met de kostprijs van het aangeboden onderwijs en/of de kwaliteit ervan. Het verbod om een machtspositie te misbruiken volgt uit artikel 24 van de Mededingingswet.
• Of instellingen handelen in strijd met o.m. het rechtszekerheidsbeginsel door instellingscollegegelden te heffen die bij het aangaan van de onderwijsovereenkomst niet voorzien (baar) waren. Het feit dat beginselen van behoorlijk bestuur uit de Algemene Bestuurswet ook doorwerken in private verhouding is bepaald in diverse arresten.
Inmiddels is de juridische interpretatie van de bevoegdheid van de universiteiten echt aangevangen. De SCAU en de Universiteiten hebben meermaals schriftelijk op elkaars stellingen gereageerd. Deze reacties kunt u nalezen in het “het dossier”.

WAT KUN JIJ DOEN?

1. Ben of ken jij één van de studenten die (binnenkort) het verhoogde instellingscollegegeld gaat betalen voor een tweede studie? a) Meld jezelf (of hem/haar) dan bij ons aan als belanghebbende en b) meld je geschil aan bij je rechtsbijstandverzekering.

2. Wil je de collectieve actie ook financieel steunen, doneer dan via IDEAL op de homepage.

3. Help mee onze actie te verspreiden onder alle studenten die geraakt worden door de verhoogde instellingscollegegeldtarieven!

 

Comments are closed.